Koptische Studies

Er zijn momenteel 2 Koptologie projecten lopende die ondersteund worden door het NVIC. De projectleider van beide projecten is Dr. Karel Innemee en beiden vinden plaats in Wadi Natroen.

De opgravingen van Deir el-Baramus

Opgravingsleider: Dr. Karel Innemee

Sinds 1996 wordt met financiering van NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) en de faculteit Archeologie van de Universiteit Leiden gewerkt aan archeologisch
onderzoek van de resten van een klooster in de Wadi al-Natroun, dat bekend staat als Deir Anba Mussa al-Aswad (klooster van Mozes de Zwarte), maar waarvan steeds aannemelijker wordt dat het eigenlijk het oude Deir al-Baramous
is. Dat betekent dat het hier gaat om de oudste monastieke nederzetting in dit gebied; Deir al-Baramous moet in het midden van de 4e eeuw zijn gesticht door Macarius, een van de grondleggers van het Egyptische kloosterleven. Aan het project nemen vooral Leidse archeologen deel, met medewerking van studenten uit Leuven. Van 18 oktober tot 26 november 1999 werden de opgravingen voortgezet op de plek die doorgaans bekend staat onder de naam Deir Anba Mussa el-Aswad. Al in vorige seizoenen is vastgesteld dat het eigenlijk gaat om de resten van Deir el-Baramus, en dat het klooster dat nu deze naam draagt gelijk staat aan het klooster van de Maagd van Baramus.
In dit seizoen waren de volgende vragen het belangrijkste:
-De functie van het grote vierkante gebouw uit de vorige seizoenen;
-De localisering van de kloosterkerk Het vierkante gebouw Tijdens de vorige seizoenen (\'96-\'98) waren de resten ontdekt van een rechthoekig gebouw, 16 x 16 m., in de zuidoosthoek van het gebied. De functie ervan bleef een mysterie tot deze campagne. Pas toen de fundamenten van het gebouw bereikt waren werd duidelijk dat het een binnenwerk had van 1 m. dikke muren, die het geheel in 9 gelijke vierkanten verdeelde. De buitenmuren waren 2 m. dik. Dit, en de afwezigheid van ramen of deuren in de buitenmuren, bracht ons tot de conclusie dat dit de resten van een verdedigingstoren die 15 of meer m. hoog geweest kan zijn. Aardewerk op dit fundamentniveau dateert de bouw ervan in de late 4e of vroege 5e eeuw, wat bijzonder vroeg is voor de verdedigingstoren van een klooster. Voor deze tijd is het erg onwaarschijnlijk dat kleine kluizenaarsgemeenschappen dergelijke indrukwekkende bouwwerken zouden neerzetten. Een mogelijke verklaring is, dat het is gebouwd als een Romeinse militaire constructie, die de Wadi el-Natrun en de zoutproductie tegen ongewenste indringers moest beschermen. Verlaten aan het eind van de 4e eeuw kan het opnieuw in gebruik zijn genomen door nieuw-aangekomen anachoreten. De Kerk Direct ten noorden van de toren waren resten van vermoedelijk een kerk aan het licht gekomen in 1998. Het gebouw is in 1999 verder opgegraven en bleek inderdaad de ruine van de kloosterkerk te zijn. Het metselwerk van het schip bleek uiterst geimproviseerd en van een slechte kwaliteit; vermoedelijk haastig weer opgebouwd na een grondige verwoesting van het gebouw. Dit kan gedaan zijn door bedoeinen aan het begin van de 9e eeuw, toen de meeste kloosters in de Wadi daardoor getroffen werden. Het koor (haikal) is beter van kwaliteit en iets later herbouwd of toegevoegd, misschien aan het einde van de 9e of het begin van de 10e eeuw. Het altaar, gebouwd op een laag podium, was tamelijk goed bewaard gebleven.
Hoewel de kerkmuren van matige kwaliteit zijn, zijn er overblijfselen van steviger metselwerk van kalksteen gevonden in het westelijk deel van het schip, mogelijk van een eerder gebouw. Een ervan draagt een hieroglyfische inscriptie, wat betekent dat er vlakbij een faraonisch monument heeft gestaan. Aangezien goede kwaliteit kalksteen binnen 3 km. afstand voorkomt, zou het geen zin hebben blokken van een veel verderaf gelegen mogelijke tempel weg te slepen. De noordoostelijke hoek Een kwadrant van 10 x 10 m. is in de noordwestelijke hoek van het gebied geopend. Dit bracht een gebouw aan het licht dat vergelijkbaar is met het woongebied aan de westzijde. Op beide plekken was een ouder woongebouw in de latere verdedigingsmuur van het klooster ingevoegd. Het opvallendste hier is de grote steunbeer voor de omheinigsmuur van het klooster, met verschillende bouwfasen. De kern van de muur was van kleitichels, direct tegen de buitenzijde van een vermoedelijke mashobiyya aangebouwd. Net zoals aan de westzijde was deze muur met kalksteen bekleed en versterkt. De steunbeer op de hoek was oorspronkelijk van tichelsteen, en met 2 lagen kalksteen bedekt. Het eindresultaat was een muur van bijna 3 m. dik, op de hoek gesteund door een soort kegel van 6 m. doorsnede. Binnenin deze massieve constructie bevindt zich een kamer van tichelstenen en waarschijnlijk een deel van een mashobbiya-achtige bouw. Het dateert uit de 6e-7e eeuw, terwijl de buitenmuur niet vroeger dan de 9e eeuw kan zijn. Conclusies De opgravingsresultaten tot dusver hebben bevestigd, dat deze nederzetting ouder is dan het tegenwoordige Deir el-Baramus. De oudste bouwresten kunnen in de 4e-5e eeuw gedateerd worden; een terracotte olielamp uit het seizoen-1998 stamt waarschijnlijk uit de 4e eeuw. Het is niet uitgesloten dat een verlaten Romeinse vestiging de kern van het later klooster was. Het klooster was ruwweg rechthoekig, 80 x 65 m. Een verdedigingsmuur omringde het complex, maar dat moet een van de laatste grote toevoegingen aan het complex zijn geweest en mogelijk gebouwd in de 9e of 10e eeuw. Op dat moment hadden de gebouwen binnenin al roerige fasen van bouw, verwoesting en herbouw achter de rug. Sinds de allereerste monniken hier kwamen wonen, is de Sketis vaak overvallen door Berbernomaden, die de monniken mishandelden of doodden, en hen van hun schamele bezittingen beroofden. In het bijzonder een rooftocht aan het begin van de 9e eeuw, moet zwaar zijn geweest: volgens de Geschiedenis van de Patriarchen (een kroniek van de belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van de Koptische Kerk) werd het gebied geplunderd en bleef meerdere jaren ontvolkt. In alle kwadranten die tot dusver zijn uitgegraven is minstens een verwoestingslaag gevonden, en dat getuigt waarschijnlijk van deze vroege 9e-eeuwse ramp. De bouw van verdedigingsmuren om de kloosters van de Wadi el-Natrun moet kort daarna begonnen zijn. Een kortgeleden ontdekte inscriptie in Deir el-Surian vermeldt de \'bouw\' van het klooster in 819 na Chr., terwijl de Geschiedenis van de Patriarchen vermeeldt dat onder Patriarch Shenouda I, later in de 9e eeuw, het klooster van St. Macarius door verdedigingsmuren werd omgeven. Tot dan toe moeten we ons kloosters voorstellen als laura\'s, open gebouwen met een dorpskarakter. Elke laura had een min of meer centraal gelegen kerk.
De oudste laura moet die van Baramus geweest zijn, gesticht door St. Macarius in het midden van de 4e eeuw. De eerste rooftochten van de Berbers moeten niet veel hebben overgelaten van deze ongetwijfeld zeer bescheiden gebouwen. Het oudste gebouw dat is gevonden, en dat een centrale rol moet hebben gehad in de laura is een bijna vierkante toren van ca. 16 x 16 m. Deze toren moet als toevluchtsoord hebben gediend in woelige tijden. Het lijkt erop dat deze schade heeft opgelopen tijdens de tocht van ca. 800, en dat hij gerestaureerd is, maar uiteindelijk verlaten toen het complex omheind was door een verdedigingswal.

De wandschilderingen van Deir al-Sourian

Projectleider: Dr. Karel Innemee

Sinds de ontdekking van de inmiddels beroemde schildering van de Annunciatie in Deir al-Sourian in 1991 door een Frans-Nederlands team, is het onderzoek en conservatiewerk hier doorgegaan. In 1995 werd aangetoond dat bijna het gehele interieur van de kerk van het klooster schilderingen bevat, soms zelfs in drie lagen over elkaar. Vanuit de Leidse Universiteit en met particuliere fondsen wordt door een internationaal team (Nederland, Polen, Egypte) sindsdien gewerkt aan het weer tevoorschijn brengen van deze schilderingen, die in de 18e eeuw door een laag pleisterwerk werden bedekt. De oudste schilderingen moeten dateren uit de tweede helft van de 7e eeuw, terwijl de jongste laag uit de 13e eeuw dateert. Niet alleen schilderingen zijn tot dusver ontdekt, ook diverse inscripties en graffiti in Koptisch, Syrisch en Arabisch zijn aan het daglicht gekomen. Deze werpen in sommige gevallen nieuw licht op de geschiedenis van dit klooster en de betrekkingen met Syrie. Het klooster ontleent immers zijn naam aan het feit dat hier tussen de 9e en de 16e eeuw Syrische monniken hebben gewoond. Van 19 oktober tot 30 november is het onderzoek en restauratie-werk in de kerk van de Heilige Maagd te Deir el-Suryan voortgezet. Een aantal muurschilderingen in de zuidelijke khurus, die ontdekt waren in 1999 en waarschijnlijk uit de 8e eeuw dateren, zijn gerestaureerd. Daaronder zijn de opmerkelijke schildering van een heilige arts die patienten behandelt, de heilige artsen Cosmas en Damianus, en de schildering van een staande monnik op een van de halfzuilen. Hoger op dezelfde plek in de kerk is de restauratie van schilderwerk net onder de koepel voltooid. De geschilderde dado-versiering in de zuidelijke khurus, nog steeds verborgen onder 18e-eeuws schilderwerk, is tevoorschijn gehaald en geconserveerd. Tijdens het verwijderen van het pleisterwerk zijn ook een aantal Syrische graffitti ontdekt, waarvan de meeste van kerkbezoekers.
Het onderzoek naar de bouwgeschiedenis van de kerk is voortgezet. Door het verwijderen van 18e eeuws pleisterwerk zijn resten van de oorspronkelijke constructie van de zuidelijke halfkoepel te voorschijn gekomen, zodat nu blijkt dat dit deel van de kerk deel uit moet hebben gemaakt van de originele constructie uit de 7e eeuw. Een aantal andere architectuurdetails zijn ontdekt, zoals de asymmetrische plaats van de deuren van de khurus naar de pastoforia, de zijkamers naast het priesterkoor. Verder is nu vastgesteld dat de schilderingen in de kerk in 4 stadia zijn vervaardigd, een eerste laag in de 7e eeuw, een tweede tussen 700 en 900, een gedeeltelijke ergens in de 10e eeuw-mogelijk in de tijd van Moses van Nisibis. De 4e en laatste laag is aangebracht in de 13e eeuw. De meeste schilderingen zijn in de 18e eeuw verdwenen onder een ongedecoreerde laag pleisterwerk.

 
Laatst Gewijzigd: 01-12-2008